Inspectie en onderhoud aan Stookinstallaties

Stookinstallaties moeten zuinig en veilig werken om het milieu zo min mogelijk te belasten en om te voorkomen dat ongevallen gebeuren of economische schade wordt veroorzaakt. Een zuinig werkende installatie spaart de drijver van de installatie kosten. In verband met de veiligheid en het milieuaspect moet een stookinstallatie periodiek worden gekeurd. Dit is een wettelijke eis die in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is opgenomen. Omdat de overheid de inspectie niet zelf uitvoert maar hiervoor naar inspectiebedrijven verwijst, is een kwaliteitsstandaard vastgelegd: de SCIOS certificatieregeling voor inspectie en onderhoud aan technische installaties. Een inspectie omvat het stooktoestel en de brandstoftoevoerleiding. Het geheel is de stookinstallaties. Wanneer voor een stookinstallatie emissiegrenswaarden gelden moet een emissiemeting worden uitgevoerd om aan te tonen dat aan de grenswaarden wordt voldaan. Degene die de 'activiteit' uitvoert (de feitelijke gebruiker, dat hoeft niet per se de eigenaar te zijn) is verplicht de inspectie (ook wel keuring genoemd) te laten uitvoeren door een bedrijf dat in het bezit is van een SCIOS-certificaat. Datzelfde geldt voor de emissiemeting. Een overzicht van deze bedrijven vindt u hier (SCIOS-gecertificeerde inspectiebedrijven).

Met het aanwijzen van de SCIOS certificatieregeling, stelt de overheid ook eisen aan de veiligheid van de installatie. Dat betekent dat een inspecteur verder kijkt dan alleen de werking van de stookinstallatie. Ook andere veiligheidsrelevante aspecten zoals verbrandingslucht toevoer en de afvoer van verbrandingsgassen zijn onderdeel van de inspectie. Bij vastgestelde afwijkingen is onderhoud/reparatie verplicht binnen een bepaalde termijn die in de wetgeving is vastgelegd.

In het Bal en het Bbl is precies bepaald welke stookinstallaties moeten worden geïnspecteerd en met welke frequentie dat moet gebeuren.

Ook geeft de wetgeving aan dat binnen zes weken na de inbedrijfname de eerste inspectie uitgevoerd moet worden. Deze wordt ook wel de Eerste Bijzondere Inspectie (EBI) genoemd. Dit is een inspectie waarbij wordt gecontroleerd of de installatie aan het ontwerp en aan de geldende normen en voorschriften voldoet. De installatie-eigenaar heeft het voordeel dat vastgestelde afwijkingen direct door de installateur kunnen worden hersteld. In het inspectierapport van de EBI worden de instructies en grenswaarden voor de daarop volgende periodieke keuringen vastgelegd. Tijdens de levensduur van een installatie worden de periodieke inspecties (PI) en het periodieke onderhoud (PO) uitgevoerd. Als emissiegrenswaarden van toepassing zijn, moet een emissiemeting binnen 4 weken plaatsvinden.

Bedrijven die onder de Integrated Pollution Prevention and Control (IPPC) regeling vallen, kunnen vanuit hun zorgplicht gebruik maken van de SCIOS Certificatieregeling.